Beter worden? Eigen partijen analyseren! Maar hoe?

Een van de belangrijkste onderdelen van je schaaktraining is om eigen partijen te analyseren, maar toch merk ik als schaaktrainer dat veel spelers zich hier maar moeilijk toe kunnen zetten. Aan het voorbereiden op een partij besteden ze met gemak enkele uren, maar een uur besteden aan de analyse van de partij is vaak te veel gevraagd. Zonde en een gemiste kans. Er is immers geen duidelijkere manier om te werken aan je eigen spel, om je fouten te zien en hiervan te leren.

In dit artikeltje bespreek ik in vier simpele stappen hoe je je partijen moet analyseren. Aan de slag!

Stap 1: Voer je partijen in en bewaar ze op één plaats 

Je moet al je partijen bewaren op één plek. De meeste serieuze schakers gebruiken hiervoor het programma Chessbase, maar je kunt je partijen ook opslaan in een online omgeving als lichess.

Voer je partij in snel nadat je hem gespeeld hebt. Ik voer mijn partijen haast altijd op dezelfde dag in en tegelijkertijd doe ik stap 2 van de analyse.

Stap 2: Noteer wat je dacht tijdens de partij: varianten en oordelen

Wat je dacht tijdens de partij is het belangrijkst. Je laat zien hoe goed je de stelling begreep, wat je gezien hebt en hoe diep je inzicht was. Het geeft dus aan hoe goed je gespeeld hebt.  Door dit op te schrijven, kun je later bekijken waar je het bij het rechte eind had en waar er echt verbetering nodig is. Het leert je dus waardevolle lessen over je eigen spel en over de manier waarop je je spel kunt verbeteren.

Ik voer mijn partijen in en noteer direct welke varianten ik gezien heb. Daarnaast voeg ik, in korte bewoordingen, toe hoe ik de stellingen tijdens de partij taxeerde. Het is belangrijk een goed evenwicht te zoeken tussen varianten en woorden. Als je alleen maar woorden gebruikt, ben je te vaag. Varianten zijn belangrijk en in veel stellingen gaat het om concrete zetten. Als je alleen maar varianten geeft, weet je niet goed genoeg hoe je dacht over een stelling en daardoor kun je er niet genoeg lessen uit trekken. Zorg dus voor een goede combinatie van de twee.

Veel spelers slaan deze stap over. Ze gaan direct naar stap 3. Dit is niet slim. Je gebruikt alleen externe hulpbronnen en niet je eigen verstand. Op die manier verbeter je je eigen verstand, je eigen spel, niet genoeg.

 

Stap 3: Check je gedachten met een engine en vul je notities aan

In stap 3 beoordeel je je denkproces tijdens de partij. Heb je de varianten goed berekend? Taxeerde je de stelling juist? Welke mogelijkheden heb je gemist (en waarom)? Deze stap is eenvoudig, want engines zijn overal.

Als ik mijn partijen bekijk met de engine, probeer ik wel in te schatten hoe moeilijk de variant is, die de computer onverbiddelijk geeft. Soms spuit de computer een variant die ik, zelfs al ben ik nog zo scherp, gewoonweg niet kan berekenen. In die gevallen ben ik mild voor mezelf. Ook meent de computer soms een slechte zet te zien – het oordeel gaat bijvoorbeeld van +6 naar +1,5 – terwijl de stelling na de ‘slechte zet’ makkelijk speelt en eenvoudig te winnen is.

Ik wil graag weten welke belangrijke varianten ik gemist heb en ik wil ook graag een verklaring vinden waarom ik ze miste. Hiervan kan ik leren. Nog meer leer ik van de stellingsoordelen. Niet zelden blijkt dat ik mijn stelling te positief inschatten. In de partij op de foto was ik erg in mijn nopjes met mijn loperpaar, maar ik was blind voor mijn achterstand in ontwikkeling. In mijn analyse noteer ik expliciet wat de computer aangeeft, zodat ik later eenvoudig het onderscheid zie tussen wat ik zelf dacht en wat de computer aangeeft.

Stap 4: Noteer wat je geleerd hebt voor een volgende partij. Wees expliciet!

Na iedere partij probeer ik op te schrijven wat goed ging tijdens de partij en wat verbeterd moet worden. ‘Ik moet beter voorbereiden’ is een vage les. ‘Als ik geen concreet vervolg zie, moet ik geen materiaal offeren’, is wel een goede les die ik uit eigen partijen trok. Ik offerde vaak pionnen voor vage compensatie, met slechte resultaten tot gevolg. Door voor jezelf enkele van zulke lessen op te schrijven, ben je je zwakke punten aan het verbeteren en word je dus beter. Een andere les die ik leerde, ging over mijn tijdverbruik.

Bij stap 2 gaf ik een afbeelding van de analyse van mijn partij tegen Pedro Silva uit het Open van Guimaraes. Mijn twee lessen uit deze partij zijn:

Lessen:
– Bij het rekenen mijn eigen kansen onderschat door te denken dat zwart zich wel zou kunnen verdedigen, zonder concrete zetten te overwegen.
– Bij het rekenen de kansen van de tegenstander overschat door te denken dat mijn tegenstander een goed aftrekschaakje zou hebben, zonder precieze zetten te overwegen.

Hier gaat het twee keer om het rekenen, waaruit blijkt dat dit onderdeel beterschap behoeft.

Conclusie

Je kunt erg veel leren van je eigen partijen. Verzamel ze daarom op één plaats en analyseer ze grondig. Bij de analyse moet je niet enkel kijken wat de computer zegt, maar geef eerst aan wat je zelf dacht tijdens de partij. Op die manier controleer vergelijk je jezelf met de computer en hier leer je weer van. Door op het einde duidelijke lessen te trekken uit je partijen, maak je je training doeltreffend en maak je inzichtelijk wat je zwakke punten zijn. In een volgend artikel kijken we hoe we hier dan een vervolg aan geven.